︁︅︂︅︂︄︄︄︄︂︃︀︄︄︄︄︃Vandaag mocht ik opnieuw een verzoeningsgesprek begeleiden.
2 heren (laten we ze Bas en Rudy noemen) werken al een aantal jaren samen, maar om de één of andere reden lukt dat de laatste tijd steeds minder goed.
Eind vorige week kwam het tot een escalatie met de bijhorende verbale agressiviteit tot gevolg, en voilà, de bom was gebarsten.
Gevolg: Bas 2 weken thuis wegens ziekte, Rudy zag zijn job niet meer zitten en dreigde ander werk te zoeken, het hele team ontwricht, en de hele afdeling op stelten (want zo’n verhaal gaat rond als een vuurtje).
“Hoe pak ik dit aan?” vroeg de leidinggevende met de handen in het haar.
Alvorens op die vraag te antwoorden had ik nog wel enkele vragen te stellen om helderheid in de situatie te krijgen.
Samen brachten we de situatie in kaart, bekeken we de samenstelling van het team en bespraken we hoe we vanaf hier verder zouden gaan.
Tijdens de gesprekken die ik voerde met beide heren kregen zij de ruimte om elk hun verhaal te doen. Zij vertelden hoe ze de voorbije werkjaren hadden ervaren, hoe hun kameraderie, zo noemen ze het, verwaterde en ze zich meer en meer gingen frustreren in elkaars gedrag. Er ontstond spanning in het team, collega’s werden erbij betrokken en tot bondgenoot gemaakt. Wie niet voor was, was sowieso tegen. Wat ooit een ‘toffe bende’ was met ruimte voor humor en plezier, mekaar helpen en met z’n allen een tandje bijsteken wanneer het druk was, leek nu een groep mensen die helemaal geen zin meer hadden om naar het werk te komen. Het verzuim steeg de laatste maanden en wanneer de werkdag voorbij was ging iedereen klokslag naar huis. Een minuut extra om samen het werk af te maken, en iedereen tevreden naar huis kon, dat zag niemand nog zitten.
Wanneer het conflict evolueerde naar mekaar saboteren en dreigementen over en weer gooien vond het team dat het genoeg was. Er werd alarm geslagen bij de leidinggevende.
“En nu zitten we hier ...” zei Rudy met een zucht. Hij was er zich van bewust dat hij te ver gegaan was die dag. Hij had spijt, van wat hij had gezegd tegen Bas.
“Ik had dat nooit mogen zeggen” zei hij terwijl hij naar de tafel staarde.
Later die dag zag ik Bas. Bas was boos op Rudy om wat hij had gezegd. “Wie denkt hij wel dat hij is!”. Bas was duidelijk aangedaan en liet me herhaaldelijk weten dat hij ‘zoiets nooit meer wou meemaken’. “Liefst van al wil ik niets meer met hem te maken hebben!” voegde hij nog toe.
Rudy gaf aan dat hij graag de kans zou krijgen om zich te excuseren bij Bas. Omdat het hem oprecht speet en hij graag terug een leuke samenwerking wilde zoals enkele jaren geleden.
Bas gaf aan, nadat hij zijn woede en onmacht had kunnen uitspreken, dat samenwerken op die manier niet verder kon en dat er ‘toch eens zou moeten over geklapt worden’ (geklapt = gepraat, in het West-Vlaams 😃)
Beide konden zich vinden in het idee om een verzoeningsgesprek te organiseren alvorens Bas (die tot die tijd in ziekteverlof was) het werk terug zou aanvangen.
Tijdens het gesprek konden beide heren naar elkaar toe uitspreken wat hun frustraties waren, hoe zij de escalatie hadden ervaren en welke emoties dit bij hun had losgemaakt. Rudy had een korte brief voorbereid, waarin hij omschreef hoe hard het hem speet, en dat hij nooit de intentie had om Bas te kwetsen.
Na een korte stilte, waarin beide duidelijk geraakt waren door de openheid en de spreekruimte die zij elkaar gaven, voelde ik de spanning in de ruimte zakken.
De lichaamstaal sprak boekdelen. Bas ging ontspannen in zijn stoel zitten en Rudy zat niet langer te wiebelen op zijn stoel. De angel was eruit!
“Hoe gaan we verder?” vroeg ik voorzichtig. Samenwerken leek ineens niet meer onmogelijk, ze gaven elk aan graag met elkaar te willen verder werken.
Mits de garantie dat er van beide kanten open gecommuniceerd wordt, en frustraties niet meer opgestapeld worden.
Rudy stelde de vraag of het mogelijk is om de komende weken regelmatig even langs te komen voor een korte ‘check-in’. Bas knikte instemmend: “De temperatuur meten, zeg maar” voegde hij toe.
Met plezier, uiteraard!
En zo werd het gesprek afgerond...
Nadat beide heren de ruimte hadden verlaten, en ik nog mijn verslag afwerkte voelde ik een golf van trots.
Niet alleen op mezelf (klein beetje wel, want het blijft toch spannend elke keer) maar vooral op deze 2 mannen.
Ik was trots op de bereidheid die ik zonet had gezien bij hen. Bereidheid om het moeilijke gesprek aan te gaan en bereidheid om tot een oplossing te komen, het respect voor elkaar ondanks de gebeurtenissen, en ondanks de verschillen in persoonlijkheid, en de moed om uit te spreken wat er moet gezegd worden. En bovenal, de moed om elkaar terug het vertrouwen te geven. Start hier met schrijven...